10 feiten en misverstanden over borstkanker

Over borstkanker bestaan veel misverstanden. Zeker over factoren die borstkanker zouden veroorzaken of het risico verhogen.
Hierdoor kunnen sommige mensen zich onnodig zorgen maken.

Het belangrijkste is om minstens 1 keer per maand zelfonderzoek uit te voeren. Bij je informatiegesprek over een borstcorrectie in de Global Care Clinic tonen onze plastisch chirurg en consulente je hoe je dit het beste bij jezelf uitvoert.

Bij het ontstaan van borstkanker spelen meestal meerdere factoren een rol. Als één van deze risicofactoren op jou van toepassing is, hoeft dat helemaal niet te betekenen dat je ooit borstkanker krijgt. Anderzijds zijn er ook vrouwen die wel borstkanker krijgen, terwijl onbekend is welke risicofactor een rol gespeeld heeft. We zetten een aantal fabels en feiten op een rijtje.

1. Borstkanker komt van alle kankersoorten het vaakst voor

JUIST. Borstkanker is inderdaad meest voorkomende kanker bij vrouwen. In 2018 bedroeg het aantal nieuwe gevallen van een invasieve vorm van borstkanker 1,7 per 1.000 vrouwen. Dit komt overeen met ongeveer 14.900 nieuwe gevallen.

2. Elke vrouw heeft één kans op negen om borstkanker te krijgen

JUIST, MAAR... In België krijgt momenteel één vrouw op de negen borstkanker voor ze 75 jaar wordt. Dit cijfer kan echter tot gevolg hebben dat vrouwen hun risico hoger inschatten dan het werkelijk is.

Het betekent immers niet dat het risico dat je borstkanker krijgt op elk moment in je leven één op negen is. Je risico hangt af van je leeftijd. Het risico stijgt naarmate je ouder wordt. 

Het risico verschilt dus per leeftijdsgroep. In de leeftijdsgroep van 50 tot 69 jaar is het aantal vrouwen dat borstkanker krijgt het grootst.
Over een periode van tien jaar:

• krijgt van de vrouwen van 40 tot 49 jaar 1 vrouw op 50 borstkanker
• krijgt van de vrouwen van 50 tot 59 jaar 1 vrouw op 28 borstkanker
• krijgt van de vrouwen van 60 tot 69 jaar 1 vrouw op 25 borstkanker
• krijgt van de vrouwen van 70 tot 79 jaar 1 vrouw op 32 borstkanker

3. Borstkanker komt alleen bij oudere vrouwen voor

FOUT. De leeftijd is inderdaad een belangrijke risicofactor: drie op vier gevallen van borstkanker komen voor bij vrouwen van 50 jaar en ouder. De gemiddelde leeftijd op het moment van de diagnose is 62 jaar.
Maar ongeveer een kwart van de vrouwen met borstkanker is jonger dan 50 jaar. Onder de dertig jaar oud is borstkanker zeldzaam.
In 2011 bijvoorbeeld waren er in Vlaanderen 35 gevallen in de leeftijdsgroep 25-29 jaar. Bij vrouwen jonger dan 25 jaar komt borstkanker vrijwel niet voor. 


4. Borstkanker is altijd dodelijk

FOUT. Hoewel vrouwen inderdaad kunnen sterven aan borstkanker, overleven de meeste vrouwen deze ziekte. Driekwart van de vrouwen in ons land is na tien jaar nog in leven. Vroegtijdige opsporing van borstkanker heeft er de laatste jaren toe geleid dat meer borstkankers in een vroeg stadium konden gedetecteerd worden en heeft op die manier bijgedragen tot een betere prognose en langere 5-jaarsoverleving. Bovendien heeft de vooruitgang in het behandelen van borstkanker de sterftecijfers sinds 1987 sterk kunnen terugdringen.

De kans dat een vrouw na vijf jaar nog in leven is, ligt gemiddeld boven 85 %. Hoe groot de individuele kans is om borstkanker te overleven, hangt af van aantal factoren.

De belangrijkste zijn:

• soort borstkanker, waarbij het onderscheid tussen ‘in situ' (nog niet doorgroeiend in de omliggende weefsels) en ‘invasief' (wel doorgroeiend) belangrijk is;
• grootte van de tumor;
• uitzaaiing naar de lymfeklieren;
• uitzaaiingen op andere plaatsen in het lichaam;
• de leeftijd van de patiënt.


5. Borstkanker is altijd erfelijk

FOUT. In de meeste gevallen stelt men bij vrouwen met borstkanker geen erfelijke aanleg vast. Erfelijkheid speelt voor zover nu bekend bij ongeveer 10% van de vrouwen die borstkanker krijgen een rol.

Onderzoekers hebben een aantal genetische mutaties gevonden die borstkanker kunnen veroorzaken. Meestal gaat het om de genen BRCA1 (wat staat voor BReast CAncer 1: gen 1 voor borstkanker) en BRCA2 (voor BReast CAncer 2: gen 2 voor borstkanker). 

Drager zijn van een mutatie op een van deze genen betekent niet dat je automatisch kanker zal krijgen, maar het risico om kanker te krijgen is wel groter. Een vrouw met één eerstegraadsfamilielid met borstkanker heeft een ongeveer tweemaal verhoogd risico op borstkanker.
Bij twee eerstegraadsfamilieleden met borstkanker is het risico drie- tot viermaal verhoogd. Een vrouw heeft nog hogere risico’s als ze familieleden heeft bij wie zich op jonge leeftijd borstkanker ontwikkelde in beide borsten.


6. Vrouwen met grote borsten hebben meer kans op borstkanker

FOUT. De grootte van de borsten heeft geen invloed op de kans om borstkanker te krijgen. Of je nu kleine of grote borsten hebt, maakt niks uit. Borstkanker komt wel vaker voor bij vrouwen met dicht borstweefsel, dat wil zeggen borsten met veel klier- en bindweefsel en relatief weinig vet.

De samenstelling van je borstweefsel is in belangrijke mate erfelijk bepaald. De densiteit van het borstweefsel neemt vooral na de menopauze af met de leeftijd en ook door het krijgen van kinderen. Het gebruik van hormonale substitutie met progestagenen en oestrogenen, in het kader van de behandeling van menopauzale klachten, kan de natuurlijke afname van de densiteit van het borstweefsel vertragen.


7. Een knobbeltje in de borst is altijd borstkanker

FOUT. In je borsten kunnen altijd onregelmatigheden voorkomen. Dit kunnen de kliertjes zijn waar bindweefsel omheen zit. Het borstklierweefsel verandert ook in de cyclus.

Als je onzeker bent over een vastgestelde afwijking kan je bij de huisarts terecht voor onderzoek. In de overgrote meerderheid van de gevallen gaat het om een goedaardige afwijking. De meest voorkomende goedaardige knobbeltjes in de borst zijn cysten, klierweefsel en fibroadenomen.



8. Een vroege menstruatie en late menopauze verhogen het risico

JUIST. De leeftijd bij de eerste menstruatie en bij de menopauze zijn geassocieerd met borstkanker.

• Wanneer de eerste menstruatie vóór het twaalfde levensjaar optreedt, is het risico 30 procent hoger dan wanneer het na het veertiende jaar optreedt.
• Vrouwen bij wie de menopauze na het 55ste levensjaar intreedt, hebben nadien een tweemaal zo hoog risico op borstkanker dan vrouwen bij wie de menopauze vóór het 45ste jaar begint.

De beschermende werking van een vroege menopauze kan worden toegeschreven aan het beëindigen van de functie van de eierstokken. Vrouwen bij wie op jonge leeftijd de eierstokken zijn weggehaald, hebben ook jaren na de operatie een verlaagde kans op borstkanker.

9. Vrouwen zonder kinderen hebben een hogere kans op borstkanker

JUIST. Bij vrouwen die nooit zwanger zijn geweest, is het risico op borstkanker ongeveer tweemaal zo groot als bij vrouwen die wel kinderen hebben.

Hierbij is de leeftijd waarop een vrouw haar eerste kind krijgt belangrijk. Vrouwen die na hun 35ste hun eerste kind krijgen, lopen ongeveer evenveel risico als vrouwen zonder kinderen, en driemaal zoveel risico als vrouwen die voor hun 18de een kind kregen.
Onafhankelijk van de leeftijd waarop het eerste kind werd geboren, heeft een groot aantal kinderen een grotere beschermende werking.
Waarschijnlijk houdt het risico op borstkanker verband met het aantal menstruele cycli dat een vrouw doormaakt. Hoe geringer het aantal cycli, des te lager de blootstelling aan oestrogenen en des te lager het risico op borstkanker.



10. Het uitstellen van het krijgen van kinderen, verhoogt de kans op borstkanker

JUIST. Vrouwen die na de leeftijd van 35 jaar hun eerste kind krijgen, hebben inderdaad een (licht) verhoogde kans op borstkanker ten opzichte van vrouwen die op jonge leeftijd hun eerste kind krijgen. Vrouwen die na hun 35ste hun eerste kind krijgen, lopen ongeveer evenveel risico als vrouwen zonder kinderen, en driemaal zoveel risico als vrouwen die voor hun 18de een kind kregen.
Dat heeft te maken met de blootstelling aan vrouwelijke hormonen, vooral oestrogenen. Hoe korter de oestrogeenproductie, hoe kleiner de kans op borstkanker.

De inname van hormonen (hormonale substitutie, HST) tijdens de menopauze brengt volgens de meeste studies waarschijnlijk tijdelijk een hoger risico op borstkanker mee, vooral als ze lange tijd worden ingenomen. Andere studies zien geen verband.

• Het risico op borstkanker neemt alleen toe bij langdurig gebruik (langer dan drie jaar over een periode van vijf jaar).
• Het risico is groter bij het gebruik van combinatietherapie met oestrogenen en progestagenen dan bij producten die alleen oestrogenen bevatten.
• Het risico is alleen verhoogd zolang de behandeling loopt. Na het stopzetten ervan, daalt het risico weer. Vijf jaar na stopzetting van de therapie is het risico van borstkanker weer hetzelfde.
• De combinatie van oestrogeen met progesteron tijdens de menopauze bemoeilijkt ook het opsporen van borstkanker door het nemen van een mammografie. De foto's zijn dan moeilijker te beoordelen omdat het borstweefsel ‘vaster’ wordt en eventuele kwaadaardige gezwellen minder opvallen.


Bronnen:
www.kanker.be
http://www.allesoverkanker.be
www.voedingenkankerinfo.nl



Sluiten

Opgelet!

Deze website maakt gebruik van cookies om uw surfgedrag te verbeteren.
Bepaalde functionaliteiten zijn afhankelijk van deze cookies.
Indien u meer informatie wilt over onze cookie policy kan dat door deze pagina te raadplegen.